7.1. Behoudt de werknemer voor altijd het recht op zijn mobiliteitsbudget?

Neen.

De toekenning van het mobiliteitsbudget eindigt ten laatste de eerste dag van de maand waarin de werknemer:

  • een functie uitoefent waarvoor geen recht op een bedrijfswagen voorzien is in het loonsysteem van de werkgever;
  • beschikt over een mobiliteitsvergoeding;
  • terug over een klassieke bedrijfswagen beschikt (die ook voor andere doeleinden dan beroepsdoeleinden mag worden gebruikt), dus over een andere bedrijfswagen dan diegene die de werknemer eventueel heeft gekozen in pijler 1.

Functie zonder bedrijfswagen

De toekenning van een mobiliteitsbudget is voorbehouden voor wie een bedrijfswagen heeft of door zijn functie in aanmerking komt voor een bedrijfswagen.

Het spreekt voor zich dat het recht op het mobiliteitsbudget stopt van zodra de werknemer een functie uitoefent waaraan geen bedrijfswagen gekoppeld is. Meer bepaald vanaf de eerste dag van de maand waarin de functiewijziging plaatsvindt.

Let op! De werkgever moet dan ook opnieuw tussenkomen in de kosten voor de woon-werkverplaatsingen van de werknemer volgens de wettelijke, sectorale, en ondernemingsregels die gelden voor het gebruikte vervoermiddel.

Geen combinatie van mobiliteitsbudget en mobiliteitsvergoeding

Een overstap van een mobiliteitsbudget naar een mobiliteitsvergoeding en omgekeerd is mogelijk, maar beide systemen kunnen op geen enkel ogenblik worden gecombineerd door dezelfde werknemer.

Extra bedrijfswagen

De toekenning van het mobiliteitsbudget stopt de eerste dag van de maand waarin de werknemer opnieuw over een klassieke bedrijfswagen beschikt (die ook voor andere doeleinden dan beroepsdoeleinden mag worden gebruikt). Het gaat hier over een andere bedrijfswagen dan de milieuvriendelijke bedrijfswagen die de werknemer heeft gekozen in pijler 1.

Er is een uitzondering op deze regel.

Het is niet uitgesloten dat iemand over meerdere bedrijfswagens beschikt bij dezelfde werkgever op het ogenblik van de toekenning van een mobiliteitsbudget. De werknemer kan slechts één wagen inleveren in ruil voor het mobiliteitsbudget en kan de andere wagen(s) behouden. De wagen(s) die de werknemer behoudt, vorm(t)(en) geen beletsel voor de toekenning van het mobiliteitsbudget.

Let op! Het is uiteraard niet de bedoeling dat een tweede bedrijfswagen ter beschikking wordt gesteld in de aanloop naar de toekenning van een mobiliteitsbudget. Zo’n praktijken zullen zonder meer worden gekwalificeerd als misbruik van het systeem van het mobiliteitsbudget en worden gesanctioneerd. De specifieke sociale en fiscale behandeling van het mobiliteitsbudget vervalt dan.

7.2. Wordt het mobiliteitsbudget toegekend bij langdurige afwezigheid?

De werknemer heeft voor het mobiliteitsbudget enkel recht op:

  • de terbeschikkingstelling ervan door de werkgever;
  • een behandeling die gelijk is aan de behandeling van het voordeel van het privégebruik van een bedrijfswagen.

Dit laatste betekent dat een werknemer het recht op het mobiliteitsbudget behoudt gedurende afwezigheidsperioden gedekt door gewaarborgd loon, als het bedrijfswagenbeleid van de werkgever voorziet in dezelfde regeling voor de terbeschikkingstelling van bedrijfswagens.

Als er ruimere rechten bestaan op sector- of ondernemingsvlak voor het behoud van de bedrijfswagen (bijvoorbeeld bij langdurige schorsing arbeidsovereenkomst en bij tijdskrediet), dan worden die ook doorgetrokken naar het mobiliteitsbudget.

7.3. Wat gebeurt er met het mobiliteitsbudget tijdens een periode van schorsing van de arbeidsovereenkomst? Mag een pro rata worden toegepast?

Een schorsing loopt niet altijd vanaf de eerste dag van de maand.

De wet voorziet niet in een specifieke regeling. Daarom kan het volgende principe worden toegepast: het mobiliteitsbudget wordt toegekend in functie van het aantal kalenderdagen dat de bedrijfswagen nog zou toegekend zijn gebleven, mocht de werknemer niet hebben geopteerd voor de omzetting ervan in een mobiliteitsbudget.

Wanneer de schorsingsperiode een tijd aanhoudt, kan het beschikbare mobiliteitsbudget negatief worden beïnvloed.