7.1. Wanneer gaat het mobiliteitsbudget precies van start?

Het mobiliteitsbudget wordt toegekend vanaf een datum die in overleg tussen de werkgever en werknemer wordt bepaald.

Het betreft de datum van de afsluiting van de overeenkomst tussen de werkgever en de werknemer tot toekenning van het mobiliteitsbudget of een latere datum (zie ook de vraag “Hoe gaat de aanvraag voor het mobiliteitsbudget precies in zijn werk?”).

Let op! Het mobiliteitsbudget kan niet worden toegekend zolang de werknemer nog beschikt over de bedrijfswagen die het voorwerp uitmaakt van de inruiling voor dat mobiliteitsbudget (zie ook de vraag “Behoudt de werknemer voor altijd het recht op zijn mobiliteitsbudget?”).

7.2. Kan een mobiliteitsbudget retroactief worden toegekend?

Neen.

Een werkgever kan geen mobiliteitsbudget toekennen aan een werknemer voor een periode waarin die laatste over (het recht op) een bedrijfswagen heeft beschikt (zie ook de vraag “Wanneer gaat het mobiliteitsbudget precies van start?”).

Aangepast - 7.3. Behoudt de werknemer voor altijd het recht op zijn mobiliteitsbudget?

Neen.

De toekenning van het mobiliteitsbudget eindigt ten laatste de eerste dag van de maand waarin de werknemer:

Functie zonder bedrijfswagen

De toekenning van een mobiliteitsbudget is voorbehouden voor wie een bedrijfswagen heeft of door zijn functie in aanmerking komt voor een bedrijfswagen.

Het spreekt voor zich dat het recht op het mobiliteitsbudget stopt van zodra de werknemer een functie uitoefent waaraan geen (recht op een) bedrijfswagen gekoppeld is. Meer bepaald vanaf de eerste dag van de maand waarin de functiewijziging plaatsvindt.

Let op! De werkgever moet dan ook opnieuw tussenkomen in de kosten voor de woon-werkverplaatsingen van de werknemer volgens de wettelijke, sectorale, en ondernemingsregels die gelden voor het gebruikte vervoermiddel.

Geen combinatie van mobiliteitsbudget en mobiliteitsvergoeding

Een overstap van een mobiliteitsbudget naar een mobiliteitsvergoeding en omgekeerd is mogelijk, maar beide systemen kunnen op geen enkel ogenblik worden gecombineerd door dezelfde werknemer; een mobiliteitsvergoeding kan niet meer worden toegekend vanaf 1 januari 2021 door een arrest van het Grondwettelijk Hof (zie ook de vraag “Kunnen werknemers die gebruik maken van de vernietigde mobiliteitsvergoeding overstappen naar het mobiliteitsbudget? En zo ja, op welke manier wordt de omvang van het mobiliteitsbudget vastgesteld?”).

Extra bedrijfswagen

De toekenning van het mobiliteitsbudget stopt de eerste dag van de maand waarin de werknemer opnieuw over een klassieke bedrijfswagen beschikt (die ook voor andere doeleinden dan beroepsdoeleinden mag worden gebruikt). Het gaat hier over een andere bedrijfswagen dan de milieuvriendelijke bedrijfswagen die de werknemer heeft gekozen in pijler 1.

Er is een uitzondering op deze regel.

Het is niet uitgesloten dat iemand over meerdere bedrijfswagens beschikt bij dezelfde werkgever op het ogenblik van de toekenning van een mobiliteitsbudget. De werknemer kan slechts één wagen inleveren in ruil voor het mobiliteitsbudget en kan de andere wagen(s) behouden. De wagen(s) die de werknemer behoudt, vorm(t)(en) geen beletsel voor de toekenning van het mobiliteitsbudget.

Let op! Het is uiteraard niet de bedoeling dat een tweede bedrijfswagen ter beschikking wordt gesteld in de aanloop naar de toekenning van een mobiliteitsbudget. Zo’n praktijken zullen zonder meer worden gekwalificeerd als misbruik van het systeem van het mobiliteitsbudget en worden gesanctioneerd. De specifieke sociale en fiscale behandeling van het mobiliteitsbudget vervalt dan.

Nieuw - 7.4. Kan de werkgever een minimumtermijn opleggen waaraan de werknemer is gebonden indien hij kiest voor het mobiliteitsbudget?

Ja, op voorwaarde dat de werkgever die minimumtermijn heeft opgenomen in het aanbod aan alle werknemers (zie ook de vraag “Geldt het mobiliteitsbudget onvoorwaardelijk voor alle werknemers?”).

Die minimumtermijn kan natuurlijk geen afbreuk doen aan de gevallen waarin de toekenning van het mobiliteitsbudget van rechtswege wordt beëindigd (zie ook de vraag “Behoudt de werknemer voor altijd het recht op zijn mobiliteitsbudget?”).

7.5. Wordt het mobiliteitsbudget toegekend bij langdurige afwezigheid?

De werknemer heeft voor het mobiliteitsbudget enkel recht op:

  • de terbeschikkingstelling ervan door de werkgever;
  • een behandeling die gelijk is aan de behandeling van het voordeel van het privégebruik van een bedrijfswagen.

Dit laatste betekent dat een werknemer het recht op het mobiliteitsbudget behoudt gedurende afwezigheidsperioden gedekt door gewaarborgd loon.

Als er ruimere rechten bestaan op sector- of ondernemingsvlak voor het behoud van de bedrijfswagen (bijvoorbeeld bij langdurige schorsing arbeidsovereenkomst en bij tijdskrediet), dan worden die ook doorgetrokken naar het mobiliteitsbudget.

7.6. Wat gebeurt er met het mobiliteitsbudget tijdens een periode van schorsing van de arbeidsovereenkomst? Mag een pro rata worden toegepast?

Een schorsing loopt niet altijd vanaf de eerste dag van de maand.

De wet voorziet niet in een specifieke regeling. Daarom kan het volgende principe worden toegepast: het mobiliteitsbudget wordt toegekend in functie van het aantal kalenderdagen dat de bedrijfswagen nog zou toegekend zijn gebleven, mocht de werknemer niet hebben geopteerd voor de omzetting ervan in een mobiliteitsbudget.

Wanneer de schorsingsperiode een tijd aanhoudt, kan het beschikbare mobiliteitsbudget negatief worden beïnvloed.

7.7. Wordt het mobiliteitsbudget jaarlijks of maandelijks toegekend?

Het mobiliteitsbudget betreft een jaarbedrag dat wordt toegekend in functie van het aantal kalendermaanden dat de werknemer in het betrokken kalenderjaar deelneemt aan het systeem van het mobiliteitsbudget. Het mobiliteitsbudget wordt dus niet toegekend op maandbasis.

Het mobiliteitsbudget kan tijdens het kalenderjaar worden besteed aan de financiering van een milieuvriendelijke bedrijfswagen en duurzame vervoermiddelen. Het restbedrag in pijler 3 kan slechts één keer per jaar in geld worden uitbetaald, na aftrek van een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07%, waarmee sociale rechten, zoals pensioenrechten, worden opgebouwd, met uitzondering van het recht op jaarlijkse vakantie.

Bij uitdiensttreding kan het restbedrag in pijler 3, eventueel verminderd in functie van de nog niet verstreken duurtijd van het kalenderjaar, vroegtijdig in geld worden uitbetaald, na aftrek van de bijzondere werknemersbijdrage.