1. Wat zijn de basisprincipes van het mobiliteitsbudget?

Wanneer een werkgever beslist om het mobiliteitsbudget in te voeren in zijn onderneming, kunnen werknemers hun bedrijfswagen of hun recht op een bedrijfswagen inruilen voor een mobiliteitsbudget.

Dat budget kunnen de werknemers vrij besteden in 3 pijlers rekening houdende met de bestedingsmogelijkheden aangeboden door de werkgever.

Pijler 1: milieuvriendelijke bedrijfswagen

Binnen deze pijler kan de werknemer kiezen voor:

  • een elektrische wagen; of
  • een wagen die voldoet aan bepaalde normen.

Het budget dat, na een eventuele besteding in pijler 1, overblijft, kan de werknemer besteden in pijlers 2 en/of 3.

Pijler 2: duurzame vervoermiddelen en huisvestingskosten

Binnen deze pijler kan de werknemer kiezen voor een hele reeks duurzame vervoermiddelen, zoals:

  • een fiets;
  • een elektrische motorfiets;
  • openbaar vervoer;
  • georganiseerd gemeenschappelijk vervoer;
  • een deelauto;
  • enz.

Werknemers die binnen een straal van 5 km van hun werkplaats wonen, kunnen ook het huurgeld of de interesten van hun hypothecaire lening financieren met het mobiliteitsbudget.

Pijler 3: geld

Als het mobiliteitsbudget nog niet volledig is besteed in pijlers 1 en/of 2, kan de werknemer het resterende bedrag in geld ontvangen.

Dat bedrag wordt eerst verminderd met een bijzondere werknemersbijdrage van 38,07%.

Met die bijdrage worden sociale rechten, zoals pensioenrechten, opgebouwd, met uitzondering van het recht op jaarlijkse vakantie.