2.1. Is de werkgever verplicht om het mobiliteitsbudget in te voeren?

Neen.

Het initiatief voor de invoering van het mobiliteitsbudget gaat uit van de werkgever. De werkgever beslist om al dan niet de mogelijkheid aan te bieden om de bedrijfswagen in te ruilen voor een mobiliteitsbudget.

2.2. Kan een werkgever onmiddellijk starten met het mobiliteitsbudget?

De werkgever kan het mobiliteitsbudget maar invoeren wanneer hij gedurende een ononderbroken periode van minstens 36 maanden, onmiddellijk voorafgaand aan de invoering van het mobiliteitsbudget, één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking heeft gesteld van één of meerdere werknemers.

Een tastbaar bewijs hiervoor kan worden geleverd via de DmfA-aangifte van de werkgever.

Wanneer een bedrijfswagen ter beschikking wordt gesteld en ook voor privédoeleinden mag worden gebruikt, is de werkgever een CO2-solidariteitsbijdrage verschuldigd. Deze bijzondere bijdrage wordt op het niveau van de onderneming aangegeven aan de RSZ. Het voorkomen van deze bijdrage op de DmfA-aangifte van de werkgever is een duidelijke indicator van het bestaan van een systeem van bedrijfswagens in de onderneming.

De minimumtermijn geldt niet voor een startende werkgever die minder dan 36 maanden actief is, op voorwaarde dat hij op het ogenblik van het invoeren van het mobiliteitsbudget één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking stelt van één of meerdere werknemers.

Let op! De vereiste van terbeschikkingstelling van bedrijfswagens door de werkgever wordt enkel en alleen getoetst op het ogenblik van de invoering van het mobiliteitsbudget. Daarna is de werkgever niet langer verplicht om één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking te stellen van één of meerdere werknemers. Als alle werknemers van de onderneming ervoor in aanmerking komen en de werkgever voldoet aan de voormelde vereiste op het ogenblik van de invoering ervan, kunnen al die werknemers tegelijk kiezen voor een mobiliteitsbudget.

2.3. Wanneer wordt de activiteit van de werkgever beschouwd als gestart?

Dat is afhankelijk van de situatie.

De werkgever is een rechtspersoon

Zijn activiteit wordt beschouwd als gestart op datum van de neerlegging van de oprichtingsakte bij de griffie van de ondernemingsrechtbank of van een gelijkaardige registratieformaliteit in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.

De werkgever is een natuurlijk persoon

Zijn activiteit wordt beschouwd als gestart op datum van de eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen.

In geval van overdracht van een activiteit

Wanneer de werkgever een vennootschap is waarvan de activiteit bestaat uit de voortzetting van een werkzaamheid die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijk persoon of een andere rechtspersoon, wordt hij beschouwd als gestart respectievelijk:

  • op het ogenblik van de eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen door die natuurlijk persoon; of
  • op het ogenblik van de neerlegging van de oprichtingsakte van die andere rechtspersoon bij de griffie van de ondernemingsrechtbank of van het vervullen van een gelijkaardige registratieformaliteit in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.

2.4. Hoe ziet het kostenplaatje eruit voor de werkgever?

De invoering van het mobiliteitsbudget is een budgetneutrale operatie voor de werkgever.

De keuze voor het mobiliteitsbudget is geen besparingsoperatie. Het mobiliteitsbudget stemt immers overeen met de reële jaarlijkse werkgeverskost van de bedrijfswagen die men opgeeft. De totale kost voor de werkgever blijft in beide opties gelijk.

Wanneer de werknemer een milieuvriendelijke bedrijfswagen kiest in pijler 1, is hieraan eenzelfde werkgeverskost verbonden als bij een klassieke bedrijfswagen. Denk aan de aftrekbeperking voor brandstofkosten en overige autokosten, en extra verworpen uitgaven in functie van het belastbaar voordeel van alle aard voor de wagen. Deze kosten zitten mee vervat in de TCO van de milieuvriendelijke wagen.

Het saldo van het mobiliteitsbudget – datgene dat aan de werknemer ter beschikking wordt gesteld na aftrek van de kosten voor de milieuvriendelijke bedrijfswagen gekozen in pijler 1 – vormt een volledig aftrekbare beroepskost voor de werkgever.